donderdag 28 maart 2013

De lokale democratie is 'van waarde'

Verschenen onder de titel 'De lokale democratie is al graatmager' in Socialisme & Democratie  april 2013.

Dit kabinet wil onder regie van Ronald Plasterk een enorme decentralisatie van taken naar de lokale overheid doorvoeren in combinatie met een forse schaalvergroting. Gemeenten met minder dan honderdduizend inwoners worden niet voor deze nieuwe taken berekend geacht. Tegelijkertijd pleit de PvdA Tweede Kamerfractie, bij monde van Pierre Heijnen, voor een verkleining van de gemeenteraden. De kwaliteit van de democratie is hier niet bij gebaat. De positie van de gemeente als ‘eerste overheid’ zou juist moeten leiden tot een versterking van de lokale democratie en dus van de positie van de gemeenteraad. De ‘democratisering van de publieke zaak’ waartoe de ‘Van Waarde-resolutie’ oproept, maakt deze versterking des te noodzakelijker.

Photo Credit: <a href="http://www.flickr.com/photos/38451115@N04/5918980493/">pasukaru76</a> via <a href="http://compfight.com">

De paragraaf die was gewijd aan het binnenlands bestuur in het concept-verkiezingsprogramma van de PvdA leek in sommige aspecten al voor te sorteren op een coalitie met de VVD. Net als de VVD – ‘de overheid moet minder doen en meer presteren’- bleken wij ineens ook te vinden dat de overheid ‘te groot’ was: ‘De publieke sector moet meer doen met minder mensen. Wij willen een kleinere maar krachtige rijksoverheid en minder politici in gemeenten en provincies.’  Deze formulering was volgens veel partijleden wat al te gortig en het congres – ons hoogste orgaan – maakte er "overheidsorganisaties hoeven geen vet op de botten te hebben, maar ze moeten wel voor hun taak berekend zijn" van. 1.) Dat is een formulering die een heel andere geest uitstraalt dan de oorspronkelijke tekst. Bovendien was er geen sprake meer van een uitspraak over het aantal politici. Ik had er principieel al een bezwaar tegen o overheid en volksvertegenwoordiging onder een noemer te plaatsen. Politici zijn geen ambtenaren, maar volksvertegenwoordigers die namens ons het bestuur richting geven en controleren.


Weeffout dualisering?

Ondanks deze duidelijke correctie van het congres weerhield dit Pierre Heijnen niet van om zijn initiatiefvoorstel om een ‘dualiseringscorrectie’ door te voeren in te dienen. Sinds de wet ‘dualisering gemeentebestuur’ zijn wethouders niet langer lid van de Raad. Zodra een Raadslid wethouder wordt schuift er dus een nieuw lid de Gemeenteraad binnen. Dit zou ‘een vergissing’ zijn geweest. Volgens Heijnen zou de som van het aantal wethouders en Gemeenteraadsleden weer ongeveer hetzelfde moeten zijn als voor de dualisering. Voor steden met meer dan 200.000 inwoners (de hoogste ‘staffel’) gaat het aantal Raadsleden terug van 45 naar 41. Dat is bijna 10%.

De vraag is echter of dit een ‘foutje’ in de dualiseringsoperatie was. De geestelijk vader van de wet, Douwe Jan Elzinga, wilde juist de positie van de Raad t.o.v. het college van B&W versterken. De Raad is formeel de opdrachtgever en de controleur van het college (‘kaderstelling en controle’) maar is in de praktijk veel zwakker: hoewel het presidium officieel de agenda bepaalt, bereidt het college 99,9% van de Raadsvoorstellen voor en stelt de ontwerpbegroting op. De Raad is versterkt met een griffie en een rekenkamer, maar dat is peanuts vergeleken met de ambtelijke macht die het college ter zijde staat. Raadsleden zijn amateur-politici wethouders zijn full timers.

De Raad van State constateert fijntjes: ‘dat op verschillende momenten in de parlementaire geschiedenis wisselend is gedacht over de vraag of de gemeenteraad naar aanleiding van de dualisering moet worden verkleind. Dat nuanceert de objectiviteit die besloten lijkt te liggen in de term "dualiseringscorrectie".’ De gedachte van Heijnen dat wethouders ‘eigenlijk’, net als vroeger, bij hun geestverwante fractie moeten worden opgeteld maakt van de dualisering een farce en verhult het feit dat deze maatregel – zeker voor partijen die geen wethouder leveren - een ordinaire kiesdrempelverhoging is.

Er is uiteraard geen objectieve maatstaf om het ideale aantal Gemeenteraadsleden te bepalen. Je kunt wel vergelijken. Voor steden van meer dan 200.000 inwoners betekent de teruggang van 45 naar 41 raadsleden een herstel van de situatie in 1851 toen de gemeentewet werd ingevoerd. De Raad van State herinnert ons er ook hier aan dat ‘het takenpakket van de overheid intussen aanzienlijk (is) uitgebreid’. Ook een vergelijking met stadsbesturen in de ons omringende landen geeft me de indruk dat de omvang van onze gemeenteraden zeker niet aan de grote kant is.

Plebiscitair syndroom

Uiteraard zijn er momenteel grotere problemen in Nederland en een kleinere gemeenteraad overleven we ook wel weer. Desalniettemin vind ik dit weer een symptoom van wat wijlen Bart Tromp het plebiscitair syndroom noemde. De legitimiteit van onze representatieve democratie staat onder druk en de maatregelen die genomen worden om de democratie te ‘verbeteren’ ondermijnen die legitimiteit steeds verder. Een teken aan de wand is dat op de dag dat het initiatiefvoorstel van Pierre Heijnen om gemeenteraden te verkleinen door de Tweede Kamer werd aangenomen een wetsvoorstel voor raadgevende referenda – waardoor de volksvertegenwoordiging zichzelf nog meer buiten spel zet – aangenomen. Dat is wat anders dan wat de ‘Van Waarde-resolutie voorstelt. ‘Van Waarde’ pleit voor meer grip op lokale semi-publieke voorzieningen door gemeenteraden en voor intensieve beraadslagingen met burgers. Dat vereist een sterke gemeenteraad!

Hoe verder?

Als dit kabinet zijn wil doorzet en Ronald Plasterk er in slaagt om alleen nog maar 100.000+ gemeenten te creëren zal dat op zichzelf al tot een terugloop van het aantal raadsleden leiden. Nu al neemt bij iedere gemeentelijke herindeling het aantal raadsleden terug. Een simpele rekensom leert dat als twee steden van ieder 50.000 inwoners fuseren er in plaats van 58 (29 + 29) raadsleden er onder de huidige gemeentewet 37 overblijven. Heijnen wil er daar nog eens vier afhalen. 

Tegelijkertijd zal het aantal gemeentelijke taken fors toenemen. Als mijn indruk juist is dat de PvdA vindt dat de gemeenten daarbij meer moeten zijn dan een agentschap van de rijksoverheid dan zal daar een adequaat democratisch regime voor moeten worden ontwikkeld. (Idealiter wordt hierbij – maar dat valt buiten het onderwerp van dit artikel – ook de uitbreiding van het gemeentelijk belastinggebied meegenomen.)

Conform ons verkiezingsprogramma en de ‘Van Waarde-resolutie’ hoort daar een gemeenteraad bij die geen vet op de botten te heeft, maar wel voor zijn taak berekend is. Om te beginnen moet de Eerste Kamer het initiatiefvoorstel van Pierre Heijnen maar naar de prullenbak verwijzen.

Willem Minderhout 

1.) Dit amendement was tot eind februari niet verwerkt in het verkiezingsprogramma dat op de PvdA-website stond. Moedwil of misverstand? Het bracht mij aanvankelijk in ieder geval flink in verwarring.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten