vrijdag 14 november 2014

Hoe de PvdA als emancipatiepartij aan haar succes ten onder dreigt te gaan.



De PvdA was jarenlang onder wat ik maar voor het gemak ‘het allochtone electoraat’ zal noemen verreweg de meest populaire partij. Dat is niet zo verbazingwekkend. Het behoort tot de sociaaldemocratische kernwaarden van de PvdA om zich in te zetten voor de belangen van de minst bedeelden in de samenleving, een categorie waarvan zeker de eerste generatie allochtonen  grotendeels deel uitmaakte. Het was uitermate rationeel dat allochtonen op de PvdA stemden, want als vrijwel geen andere partij staat de PvdA borg voor grondrechten, een rechtvaardige welvaartsverdeling, scholing en werk. Het is echter een denkfout om uit die rationele keuze af te leiden dat dat allochtone electoraat overwegend progressief zou denken. Veel allochtone PvdA-stemmers zouden, als ze daadwerkelijk politiek actief zouden worden en die partijen er voor open zouden staan, zich qua cultuur eerder thuis voelen bij partijen als CDA en SGP. 

Tot de emancipatie van nieuwkomers in de Nederlandse samenleving behoort ook het zich eigen maken en uitoefenen van politieke rechten: gebruik maken van het stemrecht en ook zelf politiek actief worden. Bij de PvdA wordt al jaren geprobeerd om de kieslijst zoveel mogelijk een ‘afspiegeling van de bevolking’ te laten zijn. Dit streven leidde regelmatig tot een hogere waardering voor ‘wat’ iemand was in plaats van ‘wie’ iemand was en wat hij of zij kon.

Het - op zich terechte - streven om ook ‘allochtonen’ als kandidaat te rekruteren bleek niet alleen ‘politiek correct’, maar ook politiek lucratief. Er werd massaal op de ‘allochtone’ kandidaten op PvdA-lijsten gestemd vanuit de eigen etnische groep. Een ‘win-win-situatie’, leek het. Helaas traden hierdoor wel wat perverse effecten op. Er werden kandidaten op lijsten geplaatst die qua ideologische overtuiging niet bepaald sociaaldemocratisch waren ingesteld en/of de meest basale kennis over de werking van onze democratie misten. Als er enige twijfel was over de capaciteiten van die kandidaten werden zij uit voorzorg door kandidaatstellingscommissies onder aan de lijst geplaatst, maar zij werden vaak toch met voorkeurstemmen gekozen. Dit werd door de partij overigens in de hand gewerkt door tijdens campagnes bij moskeeën te gaan flyeren en ‘allochtone’ kandidaten toe te staan om met persoonlijke campagnes - vaak ondersteund met propagandamateriaal in de taal van het land van herkomst - de eigen etnische groep te bewerken.

Gelukkig zijn er ook een heleboel uiterst capabele progressieve ‘allochtonen’, die in de PvdA hun draai gevonden hebben. De voorbeelden zijn legio. Het is alleen een teken aan de wand dat geëmancipeerde allochtonen de PvdA meer en meer de rug toe keren en hun stem uitbrengen op, of zich verkiesbaar stellen voor partijen als VVD, D66 of SP. Enerzijds is het een geruststellend teken van emancipatie dat de PvdA haar monopolie op ‘de allochtone stem’ verliest, anderzijds is het jammer dat hierdoor juist veel potentieel kader voor de PvdA – ‘moderne, seculiere en progressieve allochtonen’ - verloren gaat.

Een partij als de PvdA moet - binnen de kaders van de rechtsstaat - pal staan voor de grondrechten van iedereen, hoe conservatief ook, maar dat wil niet zeggen dat die conservatieven – zelfs niet als ze ‘allochtoon’ zijn - als sociaaldemocratische volksvertegenwoordigers gerekruteerd moeten worden, want dat zijn ze niet. Dat zal ongetwijfeld in eerste instantie stemmen kosten, maar dat is niet erg. In tegendeel. Op de langere termijn win je er alleen maar mee. Het vertrouwen van progressieve geëmancipeerde 'allochtonen' bijvoorbeeld.